woensdag 28 september 2011

NIEUW BLOG!

Vanwege de verhuizing van Thailand naar Australie, een NIEUW BLOG:


http://honeyzitinsydney.blogspot.com/


Meld je daar opnieuw aan als volger...als je berichten wilt ontvangen.


xHanneke

maandag 13 juni 2011

Van SONGKHLA naar SYDNEY!!


Rudi heeft getekend voor de functie van Coördinator, Directional Drilling!

Van SONGKHLA naar SYDNEY!! Een fantastische kans en uitdaging voor de komende vier jaar voor ons alle vijf.

Rudi moet zo snel mogelijk beginnen, maar we gaan eerst naar Nederland voor vakantie. Het uitzoeken en inpakken is in volle gang. De bamboehut, de papagaaien, onze hulp Kuhn Porn kunnen helaas niet mee. Tussen de verhuisdozen eten we woensdag mijn verjaardagstaart.


Is 3 veel? vraagt Morris.

3 wat? zeg ik

3, gewoon 3.

3 boterhammen is veel. Maar 3 jaar oud is weinig.

Ik ben 5 toch? Hoe oud ben jij?

Woensdag word ik 43

Hoeveel is dat?

43 (wrijf het er maar in, denk ik)

Hoeveel zijn 43 olifanten?

43 olifanten.

Tel eens tot 43?

We beginnen te tellen. Eerst samen tot vijftien, daarna neem ik het over. 3 kinderen kijken me met open mond aan, met 3 boterhammen met hagelslag voor zich. Ik tel de jaren, die steeds sneller voorbij lijken te vliegen.

43 DAT IS VEEEL!!
Is 43 met 3 cijfers?






zondag 12 juni 2011

Jesus, the King of the Jungle in Thailand

'Who’s The King of the jungle? Who’s The King of the sea? Who’s The King of the universe and who’s The King of me?'

‘Wát zingen jullie??’ vraag ik aan Farah en Lotus als ze uit school komen.

Ze staan springend voor me. “Jesus is The King of the jungle. Jesus is The King of the sea. Jesus is The King of the universe and He’s The King of ME!

Europese vrijwilligers zijn uitgezonden via de christelijke Songkhla Church. Zij kunnen zingen, zijn enthousiast en geven les aan de kleuters. Waarom ze -in godsnaam- op onze International School terecht zijn gekomen is mij een raadsel. De school bestaat niet bepaald uit kinderen die onder de categorie ‘arme kindjes’ vallen, of toch wel?

‘I’m telling you: J-E-S-U-S Jesuuuuuuus!!!!’ Beide meiden hebben een gelukzalige blik in hun ogen.

Als ik de volgende dag op school kom en vraag wat zij mijn kinderen wijsmaken wordt er gelachen. Tarzan was toch de King of The Jungle?

Tijgermoeders, zo heten ze, aldus het artikel in het Volkskrant magazine. Aziatische moeders die het ‘als belangrijkste taak zien om hun kinderen te harden en weerbaar te maken in een competitieve maatschappij’. Eén rondje navraag bevestigd dat meer dan de helft van de studenten na school minstens twee uur bijles krijgt. De vader of moeder, of een speciaal daarvoor ingehuurde leraar perfectioneert het Thais, Engels, Chinees en Koreaans. Wereldburgers moeten het worden.

Extra lessen, de gehele zaterdag door, zijn heel gewoon. Daarnaast is muziek belangrijk. Met name de Koreanen en Thai waarderen het als je als 6 jarige een pianoconcert kan geven of de viool beheerst. Dit is echt een teken van status. Uiteraard heeft ‘de gewone Thai’ nog nooit een piano of viool gezien.

De eigenaresse van de succesvolle banketbakker, half Chinees half Singaporees, stuurt haar kinderen naar kostschool in Penang, Maleisië. De Chinees-Thaise moeder van Fa & Film, twee dikke Thaise jongetjes met vetharig bloempotkapsel, haalde vorig jaar haar zoontjes van school. De vier-en vijfjarige kleuters kregen te weinig huiswerk. Aan de zwemles hoefden zij niet mee te doen. Zij moeten later voor de ouders kunnen zorgen en de goedlopende zaak overnemen.

Met onze westerse blik lijken dit horrorverhalen. Als ik vraag aan de kinderen of er iets mis mee is om niet te kunnen spelen, kijken ze me vragend aan. Spelen kan toch op zondag? En op school in de pauze. Voor hen lijkt het geen probleem, studeren is het allerbelangrijkste in deze wereld. Zij krijgen de kans om het te doen, ze weten dat dit niet voor iedereen is weggelegd. Wat er gebeurd als ze niet hard genoeg studeren? Dan wordt er geslagen. Met de hand of met de stok.

Op onze school wordt niet geslagen. De leraar die is weggestuurd omdat hij zijn zelfbeheersing verloor geeft twee weken later les op een Thaise publieke school. Vijftig leerlingen in één klas. ‘Hoe doe je dat?’ vraag ik. ‘Oh, ze zijn heel braaf, en als ze niet meewerken dan stuur ik ze naar de Thaise leraar. Die heeft een speciaal hok waar hij stokslagen uitdeelt. Nee, niet op de handen, maar op het achterwerk. Als er niet geluisterd wordt en ik dreig met het wegsturen, dan smeken ze om te mogen leren.’ Het doet mij denken aan verhalen van mijn ouders, uit de jaren ’50 in Nederland. 

De Ier die engels geeft op een andere publieke school vertelt dat hij mag slaan, op de schouder. Hij doet het niet, maar zag het wel gebeuren toen hij vanaf de eerste verdieping naar wat leerlingen zwaaide op de begane grond. De kinderen zwaaiden enthousiast terug en kregen vervolgens allemaal een klap van de thaise leraar die beneden stond. Naar een leraar mag je alleen 'waaien', met de handen tegen elkaar groeten. Hij was geschokt geweest.

De Koreaanse vader is predikant en heeft alles goed onder controle. Twee hardwerkende kinderen met goede schoolresultaten. ‘Natuurlijk krijg ik een pak slaag als ik niet goed mijn best doe’, zegt zijn 10-jarige zoon.

Gelukkig waakt Jesus The King of the jungle over deze kinderen, mits ze de zondagmis niet missen. 






maandag 23 mei 2011

In Memoriam

‘Het was leuk zonder jou, mama. Heb jij het ook fijn gehad?’ vraagt Morris.

Een week geleden stond ik in de file op de A2, op weg naar het zuiden. Stapvoets over de snelweg in de regen. Nu zit ik na te zweten van mijn maandagochtend fietstocht waarbij ik over hobbelige paadjes door de rubberplantage croste. Het is zo warm dat ik moeite heb met ademhalen. Ik zet de ventilator een standje hoger.

Roland straalde rust uit. Hij was net iets te breed voor de kist waar hij in lag. Zijn shirt met vlammend hart op de borst had hij vorige maand gedragen op een trance-party. Op zijn hand zat een sticker, zo één die je krijgt als je lief bent geweest. Hij leek te zijn getransformeerd tot een Boeddha. Op een of andere manier kalmeerde het door hem te zien. Doodgaan als je 43 bent en 3 kinderen hebt, had me naar mijn keel gegrepen.

Ik slikte. Ik pakte de hand van mijn moeder die naast me zat. U2 zong ‘One’. Het duet van Bono met Mary J. Blige was de juiste versie geweest. Op het allerlaatste moment had Ellen het toch omgeruild. We hadden samen gehuild toen we het nummer draaiden op Rolands computer.

Het leek alsof Ellen de afgelopen dagen aan het stage-diven was. Ze werd omhoog gehouden door 400 paar handen. Het maakte me gelukkig door er deel van uit te kunnen maken.

Acht jarige zoon Dion danste op Airwave van Rank 1, het laatste nummer van de uitvaart. Hij deed wat ik wilde doen. Ik stond stil voor de kist sloot mijn ogen en bedankte Roland.

‘We’ve got to carry each other. Carry each other.’

donderdag 28 april 2011

Nieuwe bestemming?

De babybirds in onze badkamer zijn al uitgevlogen. Ze zijn ons voor, wij staan ook op het punt om het Thaise nest te verlaten. Of eigenlijk zitten we nog in een wachtkamer. Ik voel me al weken in een soort van 'blijde verwachting' maar tegelijkertijd met de onzekerheid omdat ik 'nognietweetwathetgaatworden'.

Ik zag mezelf al rondrijden in een 1970 Dodge Charger, de Dallas-tune neuriën in een Dukes of Hazerd-car met drie joelende kinderen achterin. Houston belde, maar Rudi bedankte toch. Geen vervolg op Southfork, Pamela, Sue Ellen& JR episodes. Helaas, maar ook best prettig om niet in het conservatieve deel van Amerika te hoeven wonen. Wat het nu wordt weten we nog steeds niet, de lijntjes zijn uitgegooid. Soms frustreert het dat ik niet de hengel vast houdt, al weet ik dat ik mezelf overal als een vis in het water kan voelen. Eén ding is zeker: een lange zomervakantie brengen we door in Nederland terwijl de boel verscheept wordt.

In augustus zitten we hier drie jaar, Rudi werkt dan al ruim 14 jaar in Thailand. Ik heb behoefte aan een ander land, wellicht hier in Azië omdat Zuid Amerika er –jammer genoeg- niet in zit. Tegelijkertijd wil ik ook naar Europa omdat ik familie en vrienden mis. Met name onze ouders die ouder worden en steeds moeilijker de verre reizen kunnen maken verdienen onze aandacht! De kinderen sturen tekeningen op 'met veel hartjes, zodat ze weten dat we van ze houden', aldus Morris.
Avond voor Songkran, zonder kinderen bij LEBUA, uniek uitzicht over Bangkok

Rudi en ik hebben half april, het Thaise Nieuwjaar ‘Songkran’ genaamd,  ingeluid op Kao San Road, Bangkok.
In de straat erachter was het nog rustig en bezochten we een tempel waar de officiele ceremonie aan de gang was. Boeddha beelden werden besprenkeld met geurend water met bloemen erin voor good luck. Er werd gebeden en eten geofferd. 


Songkran is een feest waarbij respect wordt getoond aan ouderen, vrienden, familie en monniken. Oorspronkelijk wordt het water bij ouderen voorzichtig over de schouder gegoten en wat talkpoeder op het gezicht aangebracht. Het gebruik van talkpoeder komt van de monniken die hiermee hun zegeningen aangeven. Soort askruisje. Normaal is april de heetste maand van jaar en al het water is dan meer dan welkom ter verkoeling in deze droge tijd. Er worden felgekleurde shirts gedragen die eruit ziet als een bonte bloemencorso.


Het terras van Nat Guest House was nog droog om 11uur 's ochtends terwijl wij elkaar aankeken en ons eerste biertje bestelde. Waarom niet? dachten we. De kinderen waren bij Kathy in een ander hotel.

We kletsten wat met een kiwi die op een telefonisch interview zat te wachten. Mobiel veilig opgeborgen in een plastic mapje om de nek. De Thai aan de grote tafel voor ons bestelden een uitgebreide maaltijd. Wij zitten hier veilig, dachten we. De Thaise rechts voor ons vulde onder de tafel haar watergun en richtte deze op argeloze voorbijgangers. De Thai gingen terug in de aanval. In no-time was het terras meer dan nat en stonden ook wij op de tafels te dansen met de kiwi die had besloten dat dit niet het moment was voor een sollicitatie-gesprek. Snoeiharde house door de -in vuilniszakken ingepakte- speakers.

Verdwaasde backpackers door jetleg of kater met de Lonely Planet in de hand op zoek waren naar een hotel, waren het beste doelwit.
Nog geen uur later was de straat vol met kletsnatte mensen die met grote buckets of waterpistolen elkaar te lijf gingen met een grote grijns. Rudi pakte een Thai op z’n schouders en onder luid gejoel werden ze van alle kanten overspoelt met ijskoud water. Ergens op Facebook zullen wel foto's hiervan rondzwerven... Het leek op Carnaval in Oeteldonk, of op Koninginnedag in Amsterdam. Meer dan fijn.

De waterproof mascara werkte, het Tiger Beer ook en met een knipoog proostte ik gelukzalig met Rudi: op naar een nieuw jaar, waar dan ook.
Songkran ceremonie op school -in bloemenshirts- en de meisjes in traditionele Thaise kostuums

Voor 10 baht een kaarsje aansteken en luisteren naar een nummer chanting door monniken
SABAI DEE PIE MAI! 


maandag 25 april 2011

Babybirds in badkamer

2 april 2011


2 april 2011




3 april 2011

9 april 2011

9 april 2011

9 april 2011

18 april 2011



donderdag 7 april 2011

De Koning en De Prinses

'Da's een grote televisie!' zegt Farah. In Songkhla is geen bioscoop, in Hat Yai wel, met Thaise films. Vandaag in Bangkok grijpen we onze kans. Het is de eerste keer voor de meiden. 'HOP', een paasfilm, in het Engels.

Lotus glijdt met haar billen tussen de gigantische klapstoel en ik kan nog net haar popcorn redden. Morris heeft zijn mond vol. Mijn handen en neus voelen koud aan alsof we in Nederland zijn. Bijna veertig minuten reclames en voorfilmpjes. 

Er volgt een film met koning Bhumibol. Iedereen gaat staan. Iedereen moet staan besef ik. Iedereen zwijgt en kijkt serieus naar beelden van Het Perfecte Thailand. Boeren op de rijstvelden, rubbertappers, Thaise danseressen, drijvende markten, eten voor allen. De koning die dit alle gade slaat, als een goeroe, een god. Alsof hij de regen laat vallen als het nodig is (het waterpeil is weer gezakt in het zuiden, wij zijn droog gebleven dit keer.) Lachende Thai, schoolkinderen in uniform, moslims, boeddhistische monniken. Hij wordt aanbeden. Door iedereen.

Op het vliegveld van Hat Yai moesten wij ook zwijgen en staan. Eén van de prinsessen landde met het Koninklijke vliegtuig, en dus kon ze ons -het volk dat zat te wachten op de vlucht naar Bangkok- zien door de glazen ruit. Nee, zwaaien met handen of vlaggetjes was er niet bij. 'In de houding.' Farah kreeg de behoefte om te zingen in die stilte. Morris had zin om z'n zus klieren. Wij zetten ze op onze schouders en zagen hoe er generaals belangrijk liepen te doen en 'de massa' onder controle hadden. Ik stond klaar met mijn mobieltje om foto's te maken, maar iemand zei me dat dat verboden was.

'Daar is ze'. 'Welke is het?' Op de weg naar het vliegveld toe hadden we de oranje vlaggen gezien. Het bleek 'de dunne loensende prinses' te zijn die Hat Yai ging bezoeken. Ze werd voortgeduwd in een leren rolstoel. Zou ze ziek zijn? Ze keek niet naar 'het volk'. Ze kreeg een bloemenkrans overhandigd en verdween uit het zicht. Iedereen ging zwijgend zitten of bestelde wat te drinken alsof er niks was gebeurd. 

Baldadigheid lijkt de Thai vreemd. Ik ben blij dat ze ons niet kunnen verstaan.




woensdag 16 maart 2011

Private/ Public Hospital?


We stoppen voor de deur. Een man in uniform komt aangesneld om ons uit de auto te laten stappen. Een ander opent de grote entree deur naar een ruime hal waar piano muziek klinkt. Vervolgens wordt door de derde man gevraagd waarmee hij ons van dienst kan zijn. Hij begeleid ons naar de balie waar vier Thaise dames ons toeknikken. Paspoort hoeft niet meer te worden ingeleverd, de foto is al gemaakt en de persoonsgegevens hebben ze omdat het de vierde keer is dat we hier zijn deze maand. Eerst met mijn vader, toen met Morris, m’n moeder en nu met Farah.
Het is niet de incheck balie van een 5-sterren hotel. Het is de entree van Bangkok Hat Yai Hospital.

Ze huilt al niet meer door alle aandacht. Er wordt over haar blonde bol geaaid terwijl ik haar de EMERGENCY ROOM binnen breng. Ze mag gaan liggen. ‘What your name?’ ‘Farah’, zegt ze, met een engelse tongval. Haar witte school uniform is rood. Het is maar goed dat de juf mij meteen belde nadat ze op haar kin was gevallen. Slippery floor kan Farah nog niet lezen.

De zuster is lief en knap en maakt de wond schoon. Een tweede zuster bakert haar in een handdoek, net als toen ze pas geboren was. Ik spreek haar moed in en kijk weg als grote spuit richting de wond gaat. Farah heeft een doek over haar ogen. Haar gegil voel ik in mijn littekens. Ik zie sterretjes als de eerste van de vijf hechtingen wordt gezet. Ik kruip onder het gordijn door, ga zitten en hap naar lucht. Farah blijft schreeuwen, ik zeg dat dat mag. Het kost de zusters moeite haar in bedwang te houden. Haar hoofd is bezweet en rood aangelopen. Ze snikt. ‘Mama’. Het is voorbij.

Toen mijn vader een maand geleden werd binnen gebracht keek hij zijn ogen uit. ‘Wat hebben ze stevige benen’, zei hij. ‘Goed gespierd zul je bedoelen’, zei ik, kijkend naar de sexy legs van de verpleegster op hoge hakken. Hij mocht de nacht doorbrengen vanwege een nabloeding van getrokken kiezen. Vervelend, maar geen straf als je omringd wordt in een eigen kamer door lief glimlachende dames in strakke witte zustersuniformen.

We stoppen voor de deur. We stappen zelf uit. De hal is open, zonder airconditioning. Het zweet breekt ons uit. We zien een balie met glas ervoor en daarboven allerlei mededelingen in het Thais. Zouden we ons hier moeten melden? We kijken vragend om ons heen. De mensen in de wachtkamer staren en stoten elkaar aan. Falang, falang. Een vrouw pakt het paspoort van mijn vader en verdwijnt. De rij wordt langer en langer. Mensen verdringen zich om een nummer te trekken. Na een kwartier komt ze terug, met warempel, een ponsplaatje. We mogen plaatsnemen in de wachtzaal verder op.

Het is 7 uur ’s ochtends. Er zitten al zo’n 25  man. Allemaal staren ze naar mijn vader en mij. ‘Wat zijn ze stevig, die verpleegsters’, zegt mijn vader. Hij heeft gelijk. Hier geen slanke fotomodellen zoals in het andere ziekenhuis, maar brildragende, oudere, gezette dames. We zijn in het publieke Hatyai Hospital.
We kijken zo de kamer in van de cardioloog. Heel de wachtkamer is getuige van het onderzoek, en degene die dichtbij zitten kunnen ook nog eens verstaan wat er wordt gezegd.

De arts pikt ons eruit, we mogen voor. Het is bijna beschamend om buitenlander te zijn met andere privileges, maar ik ben opgelucht. Mijn vader voelt zich niet goed worden en moet naar buiten. We zien nog net een kakkerlak wegschieten.

Het consult kost 50 baht, iets meer dan een euro. In het Private Hospital betaal je 500 Baht. We krijgen medicijnen mee voor twee maanden, want ze zijn zo goedkoop dat het onzin is voor 3 weken te kopen. Welcome to Thailand.

Inmiddels zijn mijn ouders weer veilig in Nederland, mogen vrijdag bij Farah de hechtingen eruit en hopen we voorlopig niet meer vaste klant te zijn in één van de ziekenhuizen…









maandag 24 januari 2011

kerstman in Nederland, paashaas in Thailand...

Kinderen vertellen vrijwel nooit op de dag zelf wat er gebeurd is. 'Dat vertellen ze twee weken later', zo vertelde Ingeborg mij ooit.
Zo is het ook nu, twee weken na onze (witte)kerstvakantie in Nederland. Lotus heeft het over het verhaal van het ei met ham (?) dat Raffi haar voorlas. Ik luister naar 'Power' van Kanye West en hoor hem mee neuriën. 'Dat is het liedje van Luka!' zegt Farah als ik -per ongeluk- K3 aanzet. Als ik vraag: 'Wat zullen we doen?" zegt Lotus: 'Ik wil naar die hakken gaan kijken.' Ze bedoelt de rode schoentjes, in de Efteling. 'En bij de drie geitjes zagen we een spin!' zegt ze. 'Zeven', weet Morris. 'In Nederland wonen ál onze vriendjes!' Dat is zo.

 In Amsterdam zagen ze in een skytrain. Als ze gevraagd werd wat ze wilden drinken was het antwoord: 'koud water'. Onderweg naar de verjaardagsvisite in Amersfoort vroeg Morris in welk we land we nu waren. Na de geslaagde logeerpartij in Nieuwleusen zei hij: 'Gaan we nu naar Nederland?' Amsterdam was ons vertrouwde thuishonk. Hoe trek je een  jas aan? Wat is dat, thermo-ondergoed? Waarom plakt deze sneeuw niet? De vragen die eindeloos doorgaan bij onze kleuters, zijn beantwoord.
Nederland betekent voor mij opgaan in de massa met dezelfde lengte, even niet anders dan anderen zijn. Familie en vrienden vasthouden en zowel voor mij als de kinderen een goede boost Nederlandse Taal. Het weerzien was weer vertrouwd, alsof ik er woonde en Rudi 'gewoon' een maand offshore was. Mezelf nog meer verbonden voelen met m’n zus, in de van haar geleende leren wintergarderobe met uiteraard laarzen in plaats van FitFlops. Als het ware in een grote spiegel kijken die me door haar werd voorgehouden.

'Waarom wonen wij in Thailand?' vroeg Morris. 'Voor papa's werk.' 'Waarom werkt hij niet in Nederland?' Hij wilde geen afscheid nemen van Unai en het deed me pijn. Ik legde uit dat niks voor eeuwig is.
Voor ons als gezin blijft het een unieke kans en de juiste keuze omdat we nu bij elkaar zijn. We tekenen graag voor twee of drie jaar bij, op een andere plek. Rudi is aan het solliciteren, we hebben zin in een ander land.
Gisteren vertelde Marlane, de Amerikaanse antropologe die hier woont en 
werkt, dat als je nieuwe plekken beleeft alsof je de culturele of sociale antropologie studeert en een zekere afstand bewaart, dat het dan overal goed is. We gaan ervoor!

Door de jetlag zijn we wat haperig op gang gekomen. De nieuwe juffen voor de kinderen zijn zo op het eerste gezicht oké en mijn lesplan voor de komende 2 maanden is weer klaar. De beschimmelde asbest platen als gevolg van de november storm zijn nog steeds niet verwijderd. Schijnbaar is er nog steeds een tekort aan mankracht of is het geld op? Het lijkt onmogelijk om meer inzicht in de situatie te krijgen door alle roddel en achterklep waar ik ver weg van wil blijven. 
Ik focus me op mijn lessen en houd mijn kinderen in de gaten, meer kan/ wil ik op dit moment niet doen. De leerlingen zijn na een kerstvakantie gegroeid, vol enthousiasme en van één kreeg ik te horen dat ik nóóit weg mag gaan. Het blijft gaaf om ze een andere manier van kijken te leren.



 Het vitamine D gehalte is weer op peil en de Nederlandse snotneuzen zijn opgedroogd. Jaloersmakend mooi weer is het nu, ongerept verlaten strand ontdekt op de weg naar Nakhon Si Thammarat, maar na drie keer daar te vertoeven blijkt het toch privé strand te zijn. Vandaag werden we met een glimlach verzocht te vertrekken. We laten de kinderen in de waan dat de schelpen die we vonden van de staart van de zeemeermin van Songkhla of de Efteling zijn.













Langs de straten zien we versieringen met konijnen. Ook in de supermarkt zie ik hazen op tshirts en de kinderen krijgen een konijnenmasker. 'De paashaas is in het land' zeg ik. 'Wat is dat?' vraagt Morris. Ik leg het vage verhaal uit van de lente, enne... jeweetwel, dan gaan we weer eieren schilderen enzo (chocola kun je hier niet verstoppen) Ondertussen vraag ik mezelf af of we vorig jaar hier ook een paashaas hebben gezien. Ineens moet ik hardop lachen, natuurlijk hebben de Thai niks met Pasen...... Het is volgende maand Chinese New Year! Het jaar van het konijn.

Afijn. Happy Chinese New Year alvast.